Wie is dat?
Kristien de Jong - Nov 4, 2017

Vandaag liep ik bij wijze van training een rondje langs de grachten.


Nou lijken de Amsterdamse bruggetjes natuurlijk in niets op de Passo dello Stelvio, maar twintig keer  zo een pukkeltje op en af lopen lijkt me toch beter dan gewoon rechtdoor.


Ik loop daar lekker te lopen en voel me enorm stoer.


Ik kijk naar beneden, om loszittende tegels, takjes en hondenpoep te vermijden, en ook omdat ik zo de prikkels van de stad een beetje hoop buiten te sluiten.


Opeens hoor ik door mijn oordoppen heen iemand mijn naam roepen.


En nog eens.


En nog eens.


“Kolere, wil je me nou niet zien of ben je stekeblind geworden!?” komt er achteraan.


Ik sta stil en kijk op.


Een man steekt schuin de gracht over en loopt al lachend en zwaaiend naar me toe. Hij pakt mij beet en slaat twee grote armen om me heen.


“Waar was je nou al die tijd, wijffie! Lang niet gezien! Ik heb je gemist! Je ziet er goed uit, zeg. Een stuk beter dan de laatste keer dat ik je zag. En je zit gelukkig niet meer in die rolstoel, zie ik. ”


En dan begint hij een heel verhaal. Over dat hij haast heeft omdat het nog steeds niet zo goed gaat met zijn moeder, je weet toch, en dat hij zo met haar naar de dokter gaat dus hij kan niet te lang blijven staan kletsen. Maar een beetje tijd is er wel, want er volgt nog een lang verhaal. Over de prachtige tijden, toen met z’n allen, en dat het werk en de binnenstad tegenwoordig  een stuk minder leuk zijn. En dat hij me nog heel wat  ‘annekedotes’ wil vertellen. Want dat vind ik toch altijd zo leuk.


Ik luister.


Ik glimlach.


Ik vouw mezelf zo een beetje om de leuning van de brug, want lang blijven staan lukt niet zonder om te vallen.


Ik zeg  “hmmm” en “ahhh” en “oh ja?” en “vertel!”


En ondertussen knarsen de radertjes in mijn hoofd zich een slag in de rondte.


Wie is deze man?


Bij wie horen die lachende mond, die pretlichtjes in de blauwe ogen, de gespierde armen en die ronde, kalende kop?


We lijken elkaar goed te kennen.


We hebben blijkbaar het een en ander meegemaakt samen.


Het gesprek is net zo plotseling afgelopen als het begon.  Ik krijg drie dikke kussen op mijn wangen en de man zegt: “Nou dag, Kristientje, topwijf, we zien elkaar snel weer, hè.”


En weg is hij.


“Succes met je moeder,” roep ik hem na en ik zwaai naar zijn rug.


De hele verdere dag kraakt mijn kapotte brein in zijn voegen.


Wie was dat nou toch?


Net nu ik dacht, dat het euvel helemaal over was, liep ik deze week drie keer aan tegen dit soort probleempjes.


Ik plak de verkeerde naam op een persoon.


Soms plak ik er dan ook het verkeerde verhaal aan vast.


Of ik weet zeker dat ik iemand goed ken, maar ik kan er echt niet opkomen waarvan.


Of ik ken herken iemand helemaal niet.


Om je dood te schamen.


Dus als je me nou straks ergens in de stad of op die Stelvio vriendelijk groetend voorbij schuift en het lijkt net of ik je niet wil zien:


Ik doe het niet expres.


Die problemen met gezichtsherkenning kreeg ik cadeau; gratis en voor niks bij een hersentumor.


 


Kristien de Jong


3 november 2017


 


 


 


 


 


 


 


 



Doe ook mee met deze mooie actie voor de kankerbestrijding !