2021 - een deel van mijn boek
Sanne Olde Olthof - Jul 25, 2021
2021
Met pijn en moeite heb ik de tassen klaar staan. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd. “Jezus, als ik hier al geen conditie voor heb” toch zie ik niet op tegen het feit dat ik een berg op moet gaan wandelen.
Wandelen, ook zo’n woord. Klinkt mij in de oren als iets wat oude mensen doen. Daarom wilde ik de 34 kilometer lopen. 14 kilometer is voor watjes. En juist wanneer iedereen zegt dat ik het niet kan, dan wil ik dat. Wessel loopt net de woonkamer in als ik loop te zuchten en steunen. “Bijna klaar” zeg ik. “Ik ben ook eindelijk klaar” Ik kijk op de klok, en zie dat het 21.43uur is. Hij had nog een spoedje die hij aan huis heeft laten komen. Als wij eens een weekend of week weg willen, dan lijkt het haast onmogelijk om daadwerkelijk ook echt weg te komen. Er is altijd nog wel werk wat gedaan moet worden, of dieren die verzorgt moeten worden. Ondertussen kijken beide honden mij aan met een angstige blik. Dit is niet de avond routine wat we normaal hebben, lijken ze mij te zeggen. De vier katten zitten op een rijtje op tafel, vragend of ik ze nu dan echt ga weg geven of zo. Na ongeveer een uur plof ik naast Wessel op de bank. “Ik ben er klaar voor”
De wekker gaat af, en ik zie dat het 04.00 uur is. Ik por Wessel wakker, normaal snoez ik nog wel een paar keer, maar vandaag zit ik vol adrenaline en spring uit bed.
De honden schrikken wakker, er klopt iets niet, er gaat wat gebeuren.
Zoals afgesproken rijden we rond 06.00 uur de oprit af, en beginnen we aan onze 1236 kilometer durende reis.
De reis van de eeuw, althans zo voelt dat. Bij het idee alleen al dat ik straks uitgeput maar vol kracht aankom op de top van de Col d’Izoard moet ik al huilen. Daar op die top, wil ik mijn bagage van afgelopen twee jaar naar beneden flikkeren. Want ondanks dat mensen vaak denken dat ik er niet zoveel last van heb, heb ik een behoorlijke rugzak vol kutgevoel verzameld.
Ondertussen tikken de kilometers voorbij. Er is weinig drukte op de weg en we passeren zonder enige moeite Belgie, Luxemburg terwijl we bijna onopvallend Frankrijk in rijden. Ik kijk mijn adem uit, de natuur is hier prachtig. En wanneer de Alpen opdoemen krijg ik gelukzalige rillingen over mijn lichaam.
Ik vertel Wessel dat ik mij op dit soort momenten zo bevoorrecht voel. Dat ik een gelukkig mens ben. En dat ik heel erg dankbaar ben om op dit soort plekken te komen. Met enige tijdsdruk rijden we langs de mooiste groene heldere beekjes, langs rotsen en door tunnels. We beloven elkaar dat we op de terugweg meer tijd nemen voor dit soort plekken. Voor nu proberen we vooral op tijd bij het hotel te zijn. En precies één minuut voor sluitingstijd van de receptie rijden we langs het privé zwembad van ons hotel.
Zaterdag ochtend word ik van zowel de kou als de regen wakker. Ik kijk op mijn telefoon en besef me dat ik in een soort coma heb gelegen. Naast mij ligt Wessel nog te slapen. De deuren naar het balkon staan open. Het was 30 graden toen we gingen slapen. De regen klettert op de daken van de huizen om ons hotel heen. Geen idee hoe laat we kunnen ontbijten, want de eigenaren die ons gisterenavond zelf ontvingen kunnen alleen Frans.
Nu was ik vroeger op school best goed in Frans, en kan ik nog altijd wel Bonjour en Oui Oui zeggen, maar om nou meteen te vragen waar en wanneer het ontbijt is, heb ik mijn grote vriend Google weer nodig.
Op de gok lopen we naar beneden waar we net als gisterenavond weer worden ontvangen door de eigenaren. We komen erachter dat er zes hotelkamers zijn, en dat de eigenaren alles zelf doen. We ontbijten met eigenlijk best goede koffie en hele goede croissants. Het kamertje waar we slapen is erg klein, lekker ouderwets maar het uitzicht hier maakt werkelijk alles goed. Je voelt je klein als je op het terras van het hotel staat tussen alle Alpen. En wanneer ik het dal inkijk besef ik mij weer hoe gelukkig ik ben in dit leven. In het hier en nu.
Vroeger is dat wel anders geweest. Als kind was ik erg depressief. Als men toen mijn zelfgeschreven gedichten gelezen zouden hebben, dan hadden ze mij opgenomen. Bang voor mijn gevaar voor mijzelf. Maar die tijd ligt ver ver achter mij.
Zoals ik al vaker tegen iemand gezegd heb, ik had deze tijd niet willen missen. Het heeft mij met beide benen op de grond gezet. En je wordt er echt een gelukkiger mens van. Want zeg nou zelf, je kunt beter maar 10 jaar hebben, en zielsgelukkig sterven, dan nog 30 ongelukkige jaren hebben.
En we weten het niet he. Het leven is ons niet allemaal gegeven, morgen kan het klaar zijn. Maar goed, nu even weer terug naar het mooiste uitzicht ever.
We vertrekken met de auto de bergen in. Bij een leuk op het oog klein bergje stoppen we om via een pad naar boven te lopen.
Niks lopen, je moet het fucking klimmen man. Voor mijn gevoel gaan we wel 50% omhoog, en ik zie Wessel aan de horizon verdwijnen. Ik hoor mijzelf hijgen, het kwijl loopt met momenten mijn bek uit. Die conditie wordt echt naar beneden geramd door de chemo. En als de rest dan ook even wat minder wordt, maar nee je zweet productie wordt alleen maar groter, net als je omvang. En met die extra omvang, zweetklieren die lekken, zuil ik mijzelf naar die bergtop.
Wessel kijkt mij lachend aan, hij zit lekker op een bankje. Waarschijnlijk al een half uur of zo. Ik plof ook neer, mijn kuiten trekken samen, en ik veeg al het zweet van mijn voorhoofd.
Dan besef ik mij, dat ik dit misschien wel 14 kilometer lang moet gaan doen.
Zien we dan wel weer. Naar beneden loop ik soepel en glimlachend achter Wessel aan.
We hadden echt het mooiste uitzicht. Je wordt dus toch altijd beloond voor je inspanning.
De rest van de dag hangen we de toerist uit in de omgeving. S ’avonds eten we wat op het terras van het hotel, uit kijkend op een heel diep dal en mega indrukwekkende Alpen.
Zondag trek ik mijn wandelschoenen aan, laat ik nu maar eens verstandig zijn en mijn voeten laten wennen voordat ik op niet ingelopen schoenen een berg ga beklimmen.
Ondertussen maak ik de Spotify lijst af die ik maandag op zet tijdens de klim. Muziek wat voor mij afgelopen twee jaar heel belangrijk was. Maar ook liedjes die mijn ouders, broertje & zusje en Wessel hebben uitgezocht voor mij. Want deze tocht loop ik niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn familie. Ik besef mij soms te weinig dat heel dit proces voor hun ook heel moeilijk is. Misschien zelfs wel moeilijker. Daar waar ik iedere dag wel denk aan mijn toekomst, wat ik nog wil of hoe ik het straks zou willen als het ooit eindigt, is het voor mij allemaal een beetje gewoon geworden. En dan kan ik wel eens een onderwerpje zoals bijvoorbeeld Euthanasie erin gooien tijdens een kerst diner met de hele familie.
Muziek keuze: This is me – Keala Settle


Doe ook mee met deze mooie actie voor de kankerbestrijding !